Blog Werken zonder Stigma
3 min

Werken zonder stigma

3 min

Dit is de vierde column in een serie van Annemiek Lely. Annemiek is freelance schrijver, podcastmaker, trouwambtenaar en ervaringsdeskundig professional. In deze serie deelt ze haar ervaring met en visie op werken met een chronische kwetsbaarheid.

‘Ja, maar jij bent gewoon te gevoelig,’ zei mijn leidinggevende. Bij meerdere projecten stond psychische gezondheid centraal en werd mijn ervaringsdeskundigheid omarmd. Tot het moment dat ik wellicht wat gevoeliger bleek dan anderen. Toen werd mijn kwetsbaarheid ineens een probleem. Welteverstaan: mijn probleem. 

Plotseling werd duidelijk dat mijn aandoening voor de bühne omhelsd werd, maar er intern geen ruimte was om kritisch te kijken naar de onprettige werksituatie zodat ik, na jarenlang trouwe dienst, zou kunnen blijven functioneren. In gesprek met mijn leidinggevende voelde ik mij de excuuspatiënt van het bedrijf.


Stigma op psychische kwetsbaarheid

Toen ik in 2016 besloot om open te worden over psychische klachten, nam ik het risico dat opdrachtgevers niet met mij in zee wilden gaan. Ik ben me altijd bewust geweest van het stigma dat op psychische kwetsbaarheid ligt. Vandaar dat ik het jarenlang voor de buitenwereld zoveel mogelijk verborgen had gehouden. Stigma betekent in het Grieks ‘brandmerk’ en omvat de negatieve vooroordelen.

Er bestaan vier soorten stigma. Ik zal ze stuk voor stuk toelichten aan de hand van voorbeelden die ik op de werkvloer meegemaakt heb.


Publiek stigma

Te beginnen met publiek stigma. Dit zijn negatieve vooroordelen over een groep. Bij diverse organisaties waar psychische kwetsbaarheid een van de leidende onderwerpen was, werd achter de schermen over ‘gekkies’ gesproken. De keren dat ik de zin ‘maar jij bent anders’ gehoord heb, zijn voor mij niet meer op twee handen te tellen. Mensen die afwijkend of onbegrepen gedrag vertonen worden niet serieus genomen. Dat is zonde, want wie weet wat voor talenten zij hebben die in een bedrijf juist nuttig kunnen zijn.

Natuurlijk snap ik waar het reduceren van mensen met psychische klachten tot ‘gekkies’ vandaan komt. Pure angst. En daar heb ik mijzelf ook schuldig aan gemaakt. Toen ik op mijn achttiende in de wachtkamer bij de GGZ zat, dacht ik: nu denkt iedereen dat ik erbij hoor. Pas toen ik ambassadeur van Samen Sterk zonder Stigma werd, maakte mijn angst en schaamte plaats voor trots.

Mijn mede-ambassadeurs waren talentvolle en vaak empathische mensen. Misschien wel empathischer dan menigeen. Als ik al in hokjes wilde denken, dan vond ik het niet meer zo erg om met deze mensen in een hokje te zitten. Al moet ik wel zeggen dat dat ook komt omdat het als een eigen keuze voelde. Wanneer anderen mij in een hokje stoppen, dan voelt dat toch vervelend. Zoiets is voorbehouden aan jezelf.


Zelfstigma

Tenzij het zelfstigma wordt. Hierboven beschrijf ik dat ik een negatief oordeel over mijzelf vormde vanwege mijn kwetsbaarheid. Dat deed ik tijdens mijn studie continu en naar mate de afstudeerdatum dichterbij kwam, was ik ervan overtuigd dat ik nooit een volwaardige werkende zou worden. In de loop der jaren heb ik gemerkt dat ik meer waard ben dan ik altijd over mezelf gedacht heb, maar soms sluipt het gevoel van ‘anders of waardeloos zijn’ er nog wel in. Vooral wanneer ik voel dat ik omwille van mijn mentale gezondheid een grens moet stellen.


Associatief stigma

Eerder schreef ik dat ik door open over mijn kwetsbaarheid te zijn riskeerde dat opdrachtnemers niet met mij zouden willen werken. Hier is sprake van associatief stigma. Wat als mensen oordelen over een bedrijf omdat ik voor ze werk? Bij het voorbeeld in de inleiding van deze column werkte dit de andere kant uit. Het straalde positief op de organisatie af dat ze met iemand werkten die ervaringsdeskundig was op het gebied waar het project over ging. Een soort positieve discriminatie. Oftewel, de excuuspatiënt.

Ook dit heb ik meerdere keren meegemaakt. Inclusiviteit voor in de etalage in plaats van oprechte interesse en motivatie om een organisatie inclusiever te maken. Persoonlijk vind ik dit de naarste vorm van stigmatisering die ik ervaren heb. Wanneer je het gevoel hebt dat je geaccepteerd wordt, maar er een agenda achter blijkt te zitten, doet dat veel met een mens.


Structureel stigma

Als laatste kan stigma ook in wet- en regelgeving bestaan. In dat geval spreken we van structureel stigma. Hier heb ik, geloof ik, zelf op werkgebied geen ervaring mee. Althans, niet dat ik me kan herinneren. Maar je zou hier kunnen denken aan het niet kunnen afsluiten een arbeidsongeschiktheidsverzekering als chronisch kwetsbare freelancer.


Hoe kun je werken zonder stigmatisering?

Na het lezen van deze voorbeelden denk je misschien: hoe kun je werken met oog voor andermans kwetsbaarheid of aandoening, maar zonder stigmatisering? Eigenlijk is het heel makkelijk: vraag wat iemand nodig heeft! Meestal weet jouw collega zelf heel goed wat hij/zij/die nodig heeft en waar diens grenzen liggen. Wees voorzichtig met het vellen van een oordeel en probeer zo open mogelijk een gesprek te voeren. Of zoals we dat tijdens de opleiding tot ervaringsdeskundig professional leren: denk aan een NIVEA-potje: Niet Invullen Voor Een Ander.


Meer lezen of verder praten over dit onderwerp?

  • Je kunt Annemiek altijd een berichtje sturen via haar LinkedIn-profiel.
  • Verder praten over chronisch ziek zijn en werken of advies nodig? Neem contact met ons.
  • Schrijf je in voor onze nieuwsflits. Je krijgt een mailtje als we nieuwtjes hebben, zoals een nieuwe column of blog.


Categorieën